Werkend hart van Amsterdam West

Tramremise de Hallen behouden en ontwikkelen als werkend hart van de buurt. Dat was de missie van André van Stigt, architect en initiatiefnemer van stichting Tramremise Ontwikkelingsmaatschappij (TROM). De voormalige tramremise van het Amsterdamse gemeentelijk vervoers-bedrijf is een groot complex middenin een woonwijk in stadsdeel West, Amsterdam. Wanneer het herbestemde complex in 2014 voor het eerst haar deuren weer opent zijn er 16 jaar verstreken tussen de laatste en de nieuwe bestemming. In de tussentijd zijn veel plannen voor het complex of delen daarvan de revue gepasseerd. Meerdere ondernemers en projectontwikkelaars kregen het niet voor elkaar om een plan te ontwikkelen met voldoende financieel en maatschappelijk draagvlak.

Uiteindelijk lukte het stichting Tramremise Ontwikkelingsmaatschappij wel. De stichting, opgericht door buurtbewoners, toekomstige gebruikers, de architect, zijn partner en andere belanghebbenden had drie doelstellingen; de tramremise zo snel mogelijk een duurzaam en kwalitatief hoogstaand gebruik geven en de exploitatie financieel haalbaar en rendabel maken. Daarnaast moest het gebruik aansluiten bij de behoeften en wensen van de buurt. Dat is volgens Van Stigt ook waar de plannen van TROM het verschil mee hebben gemaakt ‘Er moet een groep ontstaan die erin gelooft en bereid is zich in te zetten. Door deskundigheid en enthousiasme te bundelen kun je slim organiseren. Het moet zakelijk goed in elkaar zitten, maar als dat het enige motief is, komt er niets van de grond’. Dat alles onder het motto ‘het venijn zit ‘m in de start’.

Gemeenschappelijk geloof en een goed doordachte financiële constructie

De herbestemming en restauratie van de Tramremise is tot stand gekomen door een gemengde vorm van financiering door banken en private financiers. De financiering nam veel tijd in beslag. Deze moest worden gerealiseerd in een tijd waarin de overheid geen subsidies meer kon verstrekken en de woningcorporaties hun taakveld dienden te beperken tot het bouwen en onderhouden van woningen. De financiële constructie waarbij private investeerders een grote rol speelden bleek door de vastgoedcrisis slechts gedeeltelijk haalbaar.

Uiteindelijk is de financiering rond gekomen doordat er een cofinanciering van 11 miljoen euro werd verstrekt van de Triodos bank en het Restauratiefonds en met een laagrentende Restauratiefondsplus-hypotheek van vijf miljoen euro. Ook direct betrokkenen, waaronder de aannemers, participeerden in het project met een totale investering van bijna 32 miljoen euro.

Information about his project

Dit project is gefinancierd met: